Spring naar inhoud

10.10 Toelichting op de balans

(voor zover niet anders vermeld luiden alle bedragen in deze toelichting x € 1.000)

ACTIVA

10.10.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  2025 2024
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.640 1.741

De mutaties in de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

  Gebouwen en terreinen Transport
-middelen
Overige activa Totaal
Stand 1-1        
Verkrijgingsprijzen 3.473  24  2.207   5.704 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.166  -19  -1.779   -3.964 
Boekwaarden 1.307  428   1.741 
         
Mutaties boekjaar        
Investeringen 24  137  161 
Desinvesteringen
Afschrijvingen -67  -2  -193  -262 
Gecumuleerde afschrijvingen desinvesteringen en herclassificatie
  -43  -2  -56  -101 
Saldo per 31-12        
Verkrijgingsprijzen 3.497  24  2.344  5.865 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.233  -21  -1.971  -4.225 
Boekwaarden 1.264  373  1.640 

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

  • Grond: geen afschrijvingen
  • Opstal: lineair 40 jaar
  • Verbouwingen: lineair 10 jaar
  • Inventaris: lineair 10 jaar
  • Automatisering: lineair 3 jaar
  • Gereedschappen: lineair 10 jaar
  • Transportmiddelen: lineair 6 jaar

Verzekering en zekerheden

Alle onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van de stichting. De verzekerde waarde per 1 januari 2025 bedraagt circa € 6 miljoen en de WOZ- waarde van het kantoorpand per einde boekjaar bedraagt € 1.417.000.

10.10.2 DAEB en niet DAEB vastgoed in exploitatie

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

Vastgoedbeleggingen   2025 2024
10.10.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie 839.436 725.536
10.10.2.1 Niet -DAEB vastgoed in exploitatie 2.228 2.146
  Totaal in exploitatie 841.664 727.682
10.10.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 4.416 5.468
  Stand per 31 december 846.080 733.150
  In exploitatie DAEB vastgoed In exploitatie Niet-DAEB vastgoed
Stand 1-1 2025 2025
Verkrijgingsprijzen 384.806  2.248 
Herwaarderingen 370.132  415 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -29.403  -517 
Boekwaarde per 1 januari 725.535  2.146 
     
Mutaties boekjaar    
Investeringen    
Investeringen 13.788 
Onttrekking voorziening onrendabele investeringen -6.786 
Desinvesteringen verkoop en overig -2.083 
Desinvesteringen sloop -3.425 
Overboekingen naar voorraad grond/verkopen
Aankoop 14.017 
Mutatie naar voorraad grond/woningen
Herclassificatie 42  -42 
Waarderingen
Niet gedesinvesteerde leegstaande woning
Afboeking naar grondwaarde projecten in ontwikkeling
Overige waardeverandering projecten in ontwikkeling
Herwaarderingen hogere marktwaarde 85.872  116 
Waardevermindering
Terugname waardeverandering 4.011 
Overboekingen etc.
Overboeking historische kostprijs (in ontwik. - in expl. en vice versa) 10.202 
Overboekingen sociaal nr commercieel vastg. en vice versa
Overboeking waarde verminderingen (in ontwik. - in expl. en vice versa) -1.737 
Afschrijvingen
Herclassificatie
Totaal mutaties 113.901  82 
     
Saldo per 31-12    
Verkrijgingsprijzen 421.470  2.195 
Herwaarderingen 448.356  532 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -30.390  -499 
Boekwaarde per 31 december 839.436  2.228 

De waarde van ons vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ beschikkingen bedraagt € 1.197 miljoen (grondslag aanslagen 2025).

Toelichting Marktwaarde

Woonborg past voor het volledige bezit de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe. Een uitzondering hierop betreft het bedrijfsonroerendgoed dat kwalificeert als niet-DAEB en een complex met daarin verzakte woningen in Roden.

Conform de daarvoor geldende richtlijnen van het bedrijfsonroerendgoed (5%-criterium) en bovenstaande rapport, is dit gedeelte van het bezit getaxeerd door een taxateur op basis van de full-versie. Dit betreft een taxatiewaarde van circa € 1,7 miljoen BOG en € 12,8 miljoen woningen Roden. De taxateur heeft gebruik gemaakt van de vrijheidsgraden Markthuur, Exit yield, Leegwaarde, Disconteringsvoet en Mutatie- en verkoopkans.

Bij de verzakte woningen in Roden die nog niet hersteld zijn, is in de marktwaardering een positie achterstallig onderhoud ingerekend ter hoogte van € 1,2 miljoen (2024: € 7,6 miljoen). We zien in deze bepaling van de woningen met achterstallig onderhoud conform de hiervoor geldende definities onzekerheid in de hoogte van het daadwerkelijke achterstallig onderhoud.

Waardeverandering totaal bezit: (bedragen * € 1.000) DAEB Niet DAEB Totaal
Per 31-12-2024 725.536 2.146 727.682
Per 31-12-2025  839.436   2.228  841.664
Mutatie 113.900 82 113.982
       
Gevolgen voorraad mutaties:  22.190   -42   22.148 
       
Gevolgen Methodische wijzigingen handboek en software:      
- Aanpassing WWS-punten opslag Rijksmonmenten voor oude contracten 2 0 2
  2 0 2
       
Gevolgen Parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek      
-Markthuur na validatie -1.116 0 -1.116
-Disconteringsvoet na validatie 55.533 21 55.554
  54.417 21 54.438
       
Gevolgen Mutatie Objectgegevens:      
-Contracthuur en leegstand 13.416 19 13.435
-Vastgoedtype 2.211 0 2.211
-WOZ-waarde 30.902 31 30.933
-Achterstallig onderhoud 5.725 0 5.725
-Complexdefinitie en verkooprestricties -103 0 -103
-Mutatiegraad doorexploiteren -8.564 28 -8.536
- Maximale huur 707 0 707
-Overig  733   14  747
  45.027 92 45.119
       
Gevolgen Mutatie Waarderingsparameters      
-Macro-economische parameters 760 -14 746
-Disconteringsvoet -12.563 8 -12555
-Leegwaarde/Leegwaardestijging 13.189 3 13192
-Reguliere huurstijging -5.714 -5 -5719
-Exit Yield 291 -7 284
-Instandhoudings- en mutatieonderhoud -5.437 -9 -5446
- Markthuur 3.308 41 3349
-Overig -1.570 -6 -1576
  -7.736 11 -7.725
       
Totale mutatie totaal bezit 113.900 82 113.982

De totale waardestijging bedraagt 15,70%. De waarde van het DAEB bezit stijgt met 15,66% en de waarde van het niet-DAEB bezit stijgt met 3,82%. Voor de sensitiviteitsanalyse verwijzen wij u naar hoofdstuk 10.8.1.1.

Onderstaande tabel geeft ons woningbezit per 31 december 2025 weer.

Soort verhuureenheid Waardering Aantal VHO's 2025 Waarde (in € ) 2025 Aantal VHO's 2024 Waarde (in € ) 2024
Eengezinswoning (EGW) Full  67   12.772.305   160   18.734.369 
Eengezinswoning (EGW) Basis  3.420   612.013.220   3.317   523.418.295 
Meergezinswoning (MGW) Full  -   -   4   551.951 
Meergezinswoning (MGW) Basis  1.276   204.043.592   1.117   168.570.578 
Zorg Extramuraal Basis  16   697.449   72   5.057.743 
Zorg Intramuraal Basis  114   8.033.040   114   7.272.473 
MOG Basis  24   2.082.967   24   2.107.114 
BOG Full  10   1.686.118   11   1.679.162 
Parkeerplaats Basis  61   135.031   61   140.126 
Garage Basis  30   200.172   30   150.733 
Totaal    5.018   841.663.894   4.910   727.682.544 

Toelichting Beleidswaarde

De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 478.964.901.

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Voornaamste uitgangspunten beleidswaarde 2025
Gemiddelde streefhuur per maand voor:  
- eengezinswoningen € 770
- meergezinswoningen € 660
Norm beheerlast per woning € 1.231
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning € 3.416
Aantal verhuureenheden met EFG label  286 

Streefhuur

Het streefhuurbeleid van Woonborg is gebaseerd op de doelstelling om te komen tot een huurklassenverdeling die aansluit op de met onze gemeenten gemaakte prestatieafspraken. Hierbij sluiten de aftoppingsgrenzen aan bij de wet op de huurtoeslag en het passend toewijzen.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudskosten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contract onderhoud
  • Planmatig onderhoud
  • Aan onderhoud toe te rekenen organisatiekosten

De in de meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de onderhoudskostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Voor het bepalen van de onderhoudskosten voor planmatig onderhoud zijn onderstaande uitgangspunten toegepast:

  • Voor ruim de helft van ons bezit zijn de ingerekende kosten voor planmatig onderhoud gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit een door Woonborg opgestelde complex specifieke meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zover ingrijpende verbouwingen die niet in de meerjarenonderhoudsbegroting zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend.
  • Voor het overige deel van ons bezit zijn de ingerekende kosten voor planmatig onderhoud gebaseerd op VEX-normen.
  • De overige onderhoudscomponenten zijn op basis van de ingerekende kosten in de meerjarenbegroting verdeeld over alle eenheden.
  • Woonborg gaat hierbij uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als de korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

Per balansdatum heeft Woonborg nog niet de beschikking over een volledige meerjarenonderhoudsbegroting en ook geen onderhoudsstaat die gebaseerd is op uitgevoerde conditiemetingen. In een 8-jarige cyclus voeren we planmatig onderhoud uit waarbij we de onderhoudsstaat naar een minimale conditie score van 2 brengen. Daarnaast houden we de onderhoudsstaat van ons bezit inzichtelijk door op basis van een 4-jarige cyclus al onze woningen te inspecteren. Als uit deze inspectie blijkt dat eerder onderhoud is vereist, wordt dit uitgevoerd.

Bij het opstellen van de onderhoudslasten is rekening gehouden met actuele prijspeil data gebaseerd op 31 december 2025.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

Voor het op peil houden van de onderhoudsstaat rekenen we met onderstaande cycli:

Type Periodiciteit
Schilderwerk buiten 8 jaar
Schilderwerk binnen 12 jaar
CV-installaties 18 jaar
Dak vervanging plat dak 24 jaar
Dak vervanging schuin dak 48 jaar
Voegwerk 32 jaar
Kozijnvervanging 48 jaar
Keukens 20 jaar
Badkamer 30 jaar
Toilet 30 jaar

De onderhoudslast in de meerjarenbegroting is ingerekend rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd:

  • De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar
  • Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
  • Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn aangepast naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden.
  • Nog op te leveren nieuwbouw en reeds verkochte woningen zijn buiten beschouwing gelaten.

Daar waar we de onderhoudslasten complexspecifiek hebben bepaald, hebben we dit gedaan voor de volledig in te rekenen horizon van 60 jaar. Bij de overige onderhoudslasten hebben we gerekend met een gemiddeld bedrag per woningtype per jaar.

EFG labels

Woonborg heeft nog 286 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd in de onderhoudslast aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.

Beheerlast

De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en de Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026-2040.

Sensitiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde Totale beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Basisscenario €478.964.901     
Disconteringsvoet €430.788.682  0,5% hoger € -48.176.219
Disconteringsvoet €536.086.429  0,5% lager € 57.121.528
Streefhuur per maand €505.706.108  € 25 hoger € 26.741.207
Streefhuur per maand €448.216.829  € 25 lager € -30.748.072
Lasten onderhoud €460.124.703  € 100 hoger € -18.840.198
Lasten onderhoud €497.805.099  € 100 lager € 18.840.198
Lasten beheer €460.124.703  € 100 hoger € -18.840.198
Lasten beheer €497.805.099  € 100 lager € 18.840.198

Verzekering en zekerheden

De woningen zijn verzekerd tegen een vaste premie per woning. De polis geeft geen herbouwwaarde aan. Onderverzekering is in de voorwaarden uitgesloten. De overige activa zijn verzekerd tegen aanschaf- cq. voortbrengingskosten.

Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

Woonborg heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

10.10.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties van vastgoed in ontwikkeling zijn in het navolgende schema samengevat.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2025 2024
Stand 1-1    
Verkrijgingsprijzen 7.938  12.854 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.470  -6.539 
Boekwaarden 5.468  6.315 
     
Mutaties boekjaar    
Investeringen    
Investeringen 9.417  7.715 
Desinvesteringen a.g.v. verkoop gronden en overig
Onttrekking voorziening onrendabele investeringen -1.948  -2.383 
Mutatie voorraad grond/woningen
Herclassificatie
Waarderingen    
Afboeking naar grondwaarde projecten in ontwikkeling
Overige waardeverandering projecten in ontwikkeling -55 
Terugname waardeverandering
Overboekingen etc.    
Overboeking naar in exploitatie lagere marktwaarde
Overboekingen voorraad naar in ontwikkeling
Overboeking historische kostprijs (in ontwikkeling - in exploitatie en vice versa) -8.465  -6.180 
Herclassificatie
Totaal mutaties -1.051  -847 
     
Saldo per 31-12    
Verkrijgingsprijzen 7.128  7.938 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.712  -2.470 
Boekwaarde per 31 december 4.416  5.468 

Voor zowel vastgoed in ontwikkeling als woningverbetering rekenen we voor dekking toegerekende organisatiekosten met een opslag van 5,1%. Bij niet-specifiek gefinancierde nieuwbouwprojecten werd een gemiddelde rentevoet gehanteerd van 2,7% (2024: 2,52%).

10.10.4 Latente belastingvorderingen

De financiële vaste activa kunnen als volgt worden gespecificeerd:

10.10.4 Latente belastingvorderingen 2025 2024
Stand per 1 januari 2.319 2.233
Mutatie boekjaar 18 86
Stand per 31 december 2.337 2.319
Specificatie actieve latentie 2025 2024
- Latentie afschrijvingspotentieel 2.189 2.160
- Latentie disagio leningen 148 159
Stand per 31 december  2.337   2.319 

De onder financiële vaste activa opgenomen latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde. Deze latenties zijn berekend tegen een gemiddelde disconteringsvoet van 2,09% (2024: 2,00%) en hebben een gemiddelde looptijd van 10 jaar (2024: 13 jaar). De contante waarde per latentie is weergegeven in de tabel hierboven. De nominale waarde van de disagio leningen bedraagt € 0,176 miljoen en van het afschrijvingspotentieel bezit € 2,448 miljoen.

De mutatie in latentie heeft betrekking op tijdelijke waarderingsverschillen tussen de commerciële en fiscale grondslagen. Aangezien Woonborg haar beleid heeft afgestemd op haar volkshuisvestelijke karakter, is bij het contant maken van het vastgoed de veronderstelling gehanteerd dat er in de toekomst geen afwikkelmoment zal zijn van de te vormen latentie. Hierdoor bedraagt de contante waarde van de berekende latentie nihil. De nominale waarde van deze latentie bedraagt per 31 december 2025 € -225 miljoen (31 december 2024: € -119 miljoen).

Boekjaar Status aangfite Deadline aangifte Tijdig ingediend? Definitieve aanslag opgelegd?
2020 Ingediend 1-7-2022 Ja Ja
2021 Ingediend 1-5-2023 Ja Ja
2022 Ingediend 1-5-2024 Ja Ja
2023 Ingediend 1-5-2025 Ja Nee
2024 Ingediend 1-5-2026 Ja Nee
2025 Niet ingediend 1-5-2027 N.v.t. N.v.t.

10.10.5 Voorraden

Voorraden 2025 2024
Grondposities ten behoeve van de verkoop 547 547
Vastgoed bestemd voor de verkoop (voormalig huurwoningen) 0 0
  547 547
Overige voorraden (materialen) 0 70
Stand per 31 december 547 617

De voorraad grondposities ultimo 2025 waarvoor geen concrete bouwvoornemens voor eigen exploitatie bestaan, bestaat uit een viertal percelen (2024: 4 percelen). De voorraad grondposities is niet met zekerheden bezwaard. Leegstaande woningen met bestemming verkoop zijn verantwoord onder MVA in exploitatie.

De overige voorraden betreffen de voorraden materialen ten behoeve van het onderhoud. Deze voorraad is in 2025 geheel afgebouwd.

10.10.6 Vorderingen

Alle vorderingen, met uitzondering van de hieronder genoemde handelsvorderingen, hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Vorderingen 2025 2024
Huurdebiteuren 35 47
Overheid 9 0
Belastingen en premies sociale verzekeringen 964 1.190
Overige vorderingen 302 0
Overlopende activa 355 538
Stand per 31 december 1.665 1.775

Er is een toename in de overige vorderingen, dit komt voornamelijk door de verkoop van een woning.

Huurdebiteuren 2025 2024
Huurdebiteuren 232 258
Af: voorziening wegens oninbaarheid -197 -211
Stand per 31 december 35 47

De voorziening dubieuze debiteuren is bepaald op basis van ouderdom en een inschatting van ontvangst verwachting (hoe ouder hoe minder te verwachten).

10.10.7 Liquide middelen

Liquide middelen 2025 2024
Bank Nederlandse Gemeenten rekening-courant 1.654 632
Rabobank 5 62
Overige Nederlandse banken 0 50
Kas 1 0
Stand per 31 december 1.660 744

PASSIVA

10.10.8 Eigen vermogen

Per 31 december 2025 is ons eigen vermogen totaal € 669 miljoen (2024: € 577 miljoen). De toename in het eigen vermogen komt door het onverdeelde resultaat van 2025 ter hoogte van € 92 miljoen. Dit resultaat zal in 2026 verdeeld worden over de herwaarderingsreserve en de overige reserves.

De positie herwaarderingsreserve komt voort uit ongerealiseerde herwaarderingen. Dit is het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald. Daarmee is het conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het opmaken van dit jaarverslag.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 360 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonborg. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat het onze doelstelling is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Eigen vermogen   2025 2024
10.10.8.1 Herwaarderingsreserve  360.313   293.976 
10.10.8.2 Overige reserves  216.460  186.025 
10.10.8.3 Onverdeeld resultaat  91.987  96.771 
  Totaal eigen vermogen  668.760   576.772 

10.10.8.1 Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

10.10.8.1 Herwaarderingsreserve 2025 2024
Beginstand  293.976  305.399 
Mutaties boekjaar:    
Realisatie door verkoop  -1.668  -855 
Realisatie door sloop  -2.444  -1.094 
Realisatie door verbeteren  -3.536  -4.086 
Ongerealiseerde herwaardering boekjaar  73.985  -5.388 
     
Stand per 31 december  360.313   293.976 

10.10.8.2 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

10.10.8.2 Overige reserves 2025 2024
Saldo 1 januari  186.025  192.363 
     
Mutaties boekjaar (Latent. Naar EV)  7.649  6.035 
Resultaat voorgaand boekjaar  96.771  -17.761 
Herclassificaitie aandeel resultaat naar herwaardering  -73.985  5.388 
Eigen vermogen einde jaar  216.460   186.025 

10.10.8.3 Onverdeelde resultaat

Het verloop van het onverdeelde resultaat is als volgt:

10.10.8.3 Onverdeelde resultaat 2025 2024
Stand 1 januari  96.771  -17.761 
Toevoeging aan overige reserves  -96.771  17.761 
Resultaat boekjaar  91.987  96.771 
Stand 31 december 91.987  96.771 

10.10.8.4 Voorstel bestemming resultaat

Het Bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 conform onderstaand te verdelen. Dit is nog niet verwerkt in het eigen vermogen per 31 december 2025.

10.10.8.4 Voorstel bestemming resultaat (bedragen x € 1.000) 2025
Herwaarderingsreserve 87.276 
Overige reserves 4.711 
Totaal resultaat 91.987 

10.10.8.5 Gebeurtenissen na balansdatum

Alle transacties die betrekking hebben op het verslagjaar zijn in de jaarrekening verwerkt. Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.

10.10.9 Voorzieningen

Voorzieningen   2025 2024
10.10.9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 5.826  9.195 
10.10.9.2 Overige voorzieningen 336  318 
  Stand per 31 december 6.162  9.513 

Van de overige voorzieningen is een bedrag van € 291.000 (2024: € 284.000) als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken en € 44.000 (2024: € 34.000 ) als kortlopend.

10.10.9.1 Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen

De voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten, afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen en verbeter projecten waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen.

Verloop voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 2025 2024
Stand per 1 januari 9.195  18.423 
Dotaties 6.795  4.422 
Vrijval -1.430  -4.974 
Onttrekkingen -8.734  -8.676 
Stand per 31 december 5.826  9.195 

In onderstaande tabel staat de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen gespecificeerd.

Project Locatie Plaats Aantal
(te bouwen)
woningen
2025 2024
3094 Oude Brinkweg Haren 10 696 
6054 Molenpad Peize 5 329 
6070 Vrijetijdsboulevard Roden 20 462 
9052 Groenkamp nieuwbouw Zuidlaren 14 810  2.239 
7016 Thedema Nietap Nietap 7 70 
9022 Oranje Margrietlaan fase 3 Zuidlaren 16 422 
  Verbeteren 4210 Roden   978  3.814 
  Verbeteren 4230 Roden   1.378 
  Verbeteren 9090 Zuidlaren   551 
  Verbeteren 4102 Roden   2.338 
  Diverse verbeterprojecten     934 
        5.826  9.195 

10.10.9.2 Overige voorzieningen

Dit betreft de voorziening jubileumuitkeringen die betrekking heeft op de reservering voor toekomstige uitkeringen aan het personeel en de voorziening LOB. Deze voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

Verloop overige voorzieningen 2025 2024
Stand per 1 janurari 318  307 
Mutaties verslagjaar 18  11 
Stand per 31 december 336  318 
Specificatie overige voorzieningen    
Voorziening jubileumuitkering 2025 2024
Voorziening Loopbaan Ontwikkelingbudget 177 168
  159 150

10.10.10 Langlopende schulden

Langlopende schulden    
Schulden/leningen banken 2025 2024
Stand per 31 december 162.307  140.475 

Het vervalschema van de langlopende schulden naar looptijd is hieronder weergegeven.

  Stand per 31 december 2025 Aflossingsverplichting 2026 Resterende looptijd > 1 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
Schulden/leningen banken  168.176   5.868   162.307   134.668 
  168.176  5.868  162.307  134.668 

De marktwaarde van de lening portefeuille exclusief opgelopen rente bedraagt € 166,2 miljoen (2024: € 154,5 miljoen). Deze marktwaarde is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • De marktwaarde is berekend tegen de zes maandscurve.
  • Basisrentelening: de marktwaarde is bepaald door enkel de basisrente (= rente exclusief opslag) te nemen. De marktwaarde betreft de waarde vanaf rekendatum tot einde looptijd.
  • Renteconversie: de marktwaarde is bepaald door enkel de basisrente (=rente exclusief opslag) te nemen.
  • Roll-over leningen: wordt niet berekend (marktwaarde = nominale waarde).

In bovenstaande opgave van de marktwaarde is de roll-over voor € 7 miljoen meegerekend.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende jaren is hieronder weergegeven.

  Aflosbaar over Aflosbaar over Aflosbaar over Aflosbaar over Aflosbaar over Totaal
  2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar >5 jaar  
Schulden/leningen banken  7.903   7.740   5.979   6.018   134.667   162.307 
  7.903  7.740  5.979  6.018  134.667  162.307 

10.10.10.1 Schulden/leningen bij banken

De mutaties in 2025 van de schulden/leningen bij banken is in onderstaande tabel toegelicht.

Schulden/leningen bij banken Schuld banken
Schuldrestant einde jaar  146.309 
Kortlopend  -5.834 
Stand 01-01  140.475 
   
Reclassificatie kortlopend 5.834 
Bij nieuwe leningen 32.700 
Terugplaatsing variabele hoofdsom -5.000 
Af: aflossingen -5.834 
Schuldrestant einde jaar  168.175 
Afl. volgend verslagjaar  -5.868 
Stand per 31-12 162.307 

Kenmerken schulden/leningen

De schulden/leningen (x € 1.000) hebben de volgende kenmerken:

Vastrentende leningen overige banken 2025 2024
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 154.690 122.771
Gemiddelde rente 2,73% 2,50%
Gemiddelde looptijd in jaren 15,9 18,0
Leningen met variabele rente overige banken 2025 2024
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 17.000 22.000
Gemiddelde rente 2,61% 3,78%
Gemiddelde looptijd in jaren 10,23 8,59

Voor de variabel rentende leningen is voor € 10 miljoen (2024: € 15 miljoen) aan renteswaps aangegaan om het variabel renterisico op deze leningen af te dekken.

Eén variabel rentende lening (roll-over lening) van € 7 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 1,4 miljoen. Ultimo 2025 was € 1,4 miljoen opgenomen.

Deze renteswaps hebben de volgende kenmerken:

Wederpartij Vaste rente Variabele rente Startdatum Eindatum Hoofdsom MW incl
opg. rente
Opg. rente Marktwaarde bij 1,0% rentedaling Marktwaarde bij 2,0% rentedaling
BNG 5,08% EUR 3M 01-04-2010 01-04-2030 € 5.000.000 € -701.188 € -165.170 € -921.176 € -1.152.607
BNG 3,99% EUR 6M 02-05-2011 02-05-2051 € 5.000.000 € -768.951 € -115.312 € -1.831.589 € -3.168.586

De hedgerelatie tussen individuele leningen met een variabele rente en derivaten is gedurende de hele looptijd volledig effectief. De resultaten van het hedge-instrument en de afgedekte positie worden overeenkomstig de regels voor kostprijs hedge-accounting van Richtlijn 290 gelijktijdig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Omdat de hedge volledig effectief is, zijn de resultaten gelijk en tegengesteld aan elkaar waardoor het netto-effect van de renteswap in de winst- en verliesrekening nihil is. Na het effect van derivaten is de gemiddelde rente op de variabel rentende leningen 2,46% (2024: 0,93%). De gemiddelde rentevoet over de hele leningenportefeuille rekening houdend met de rentederivaten is 2,82% (2024: 2,70%).

Er zijn geen hypotheken verstrekt op het onroerend goed. Ook zijn er geen positieve en negatieve hypotheekverklaringen afgegeven op het onroerend goed. Het WSW is gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Tot aan de dagtekening van de jaarrekening heeft het WSW van deze volmacht geen gebruik gemaakt.
Van alle leningen bij banken is vanuit WSW borging verkregen. Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 12,5 miljoen aan zogenaamde basisrenteleningen opgenomen. De credit spread die op deze leningen wordt betaald wordt periodiek herzien. Het vervalschema van de credit spread is hieronder weergegeven:

Bank Hoofdsom Vaste rente Opslag Startdatum Spreadherziening Einddatum
BNG €5.000.000  3,12% 0,33% 01-11-2011 02-11-2026 01-11-2061
NWB €7.500.000  3,65% 0,35% 15-02-2012 15-12-2027 15-12-2055

Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de bank wordt bereikt over de hoogte ervan, is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.

De duration van de gehele portefeuille (inclusief het effect van de renteswaps) bedraagt 10,6 jaar (2024: 12,3 jaar).

De in 2021 aangegane lening naar aanleiding van de Vestia leningruil is gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de boekwaarde en de aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rentemethode gedurende de looptijd (40 jaar) als interest verwerkt en wordt aangeduid als agio. Als gevolg hiervan valt het agio gedurende de looptijd geleidelijk vrij tegenover de betaalde rente. De afwikkeling van het agio vindt via amortisatie binnen de post langlopende leningen in de jaarrekening plaats en bedraagt ultimo 2025 € 2,085 miljoen (waarvan € 2,033 miljoen langlopend).

10.10.11 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden 2025 2024
Aflossingsverplichtingen langlopende schulden 5.868  5.834 
Schulden aan leveranciers 2.022  2.130 
Belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen *) 1.657  1.719 
Overige schulden
Overlopende passiva 7.156  3.903 
Stand per 31 december 16.703  13.586 

De toename in de overlopende passiva komt met name door de vooruitontvangen subsidie vanuit verduurzamingsstimulering Nij Begun ter hoogte van € 3,1 mln.. Deze subsidie wordt ingezet voor het isoleren van ons bezit.

*) Specificatie belastingen en premie sociale verzekeringen 2025 2024
Loonheffing 161  139 
BTW 1.439  1.580 
Pensioenpremie 57 
Vennootschapsbelasting
  1.657  1.719 

Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.
Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

10.10.11.1 Overlopende passiva

Overlopende passiva 2025 2024
Niet vervallen rente leningen en derivaten 2.347  1.850 
Overige overlopende passiva 4.809  2.053 
  7.156  3.903 

10.10.12 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

1. Bodemdaling Roden

Woonborg werd eind 2018 geconfronteerd met het verzakken van woningen in Roden als gevolg van bodemdaling. Eén woning is in 2019 gesloopt en 10 woningen zijn vanaf 2019 onbewoonbaar verklaard. De verzakkingen leidden tot schade aan een kleine 400 woningen waarvan forse schade aan meer dan 150 woningen. Woonborg zoekt naar technische oplossingen waarmee de woningen op de meest economische wijze kunnen worden hersteld. Per locatie wordt de aanpak verfijnd en om de veiligheid van de bewoners te garanderen, worden de woningen hersteld en versterkt.
Woonborg meldde de schade bij haar verzekeraar en stelde de gemeente Noordenveld (als opdrachtgever voor de rioolwerkzaamheden die tot bodemdaling hebben geleid) aansprakelijk voor de schade die Woonborg heeft geleden, lijdt en nog zal lijden. Woonborg stelde ook de uitvoerende partijen van de rioleringswerkzaamheden (de aannemers voor deze infrastructurele werkzaamheden) aansprakelijk. Een rechtszaak loopt en we wachten de uitkomst van deze rechtszaak met vertrouwen af.

2. Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw woningen tot een bedrag van € 9,4 miljoen inclusief BTW en voor verbeteringen van woningen tot een bedrag van € 2,8 miljoen inclusief BTW. Deze verplichtingen gelden niet alleen voor 2026, de nieuwbouwprojecten en een groot verbeterproject kunnen een langere doorlooptijd hebben.

3. Onderhoudsverplichtingen

Woonborg heeft met acht partijen onderhoudscontracten gesloten voor het onderhoud aan liften, verwarmingsinstallaties en schoonmaak. De looptijd van de contracten varieert. De resterende contractwaarde bedraagt € 0,9 miljoen inclusief BTW.

4. Energielevering

Woonborg heeft een raamcontract gesloten voor de levering van energie. De contractwaarde bedraagt € 0,9 miljoen inclusief BTW.

5. WSW Obligo

Uit hoofde van het borgingsstelsel heeft Woonborg een obligo verplichting jegens het WSW. Vanaf 2021 heft WSW bij zijn deelnemers obligo. Dit vloeit voort uit de vanaf 1 juli 2021 geldende afspraken (aangepast Reglement van Deelneming). De verwachte obligoheffing in 2026 is 0,168% van het gewogen geborgd schuldrestant per ultimo 2025. Het betreft daarmee een verplichting van ongeveer € 0,29 miljoen inclusief BTW.

Woonborg heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. De relevante toets voor de obligoheffing dit jaar is de afspraak dat het risicovermogen van WSW minimaal 0,65% van het geborgde schuldrestant moet zijn, Woonborg voldoet ruimschoots aan deze eis. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW
daartoe een verzoek heeft gedaan en Woonborg niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door Woonborg.

6. Leaseverplichtingen

Woonborg heeft resterende leaseverplichtingen van onderhoudsbussen en poolauto’s. De resterende leaseverplichtingen bedragen per 31 december 2025 € 0,36 miljoen inclusief BTW.

7. Nij Begun maatregel 29

Aan Woonborg is in het kader van het programma Nij Begun (Maatregel 29 – Verduurzaming woningcorporaties) een maximale subsidie toegekend van € 9,7 miljoen. In 2025 is hiervan € 3,2 miljoen ontvangen. Het resterende deel van € 6,5 miljoen wordt naar verwachting ontvangen in 2026 en 2027 (in tranches). Het resterende deel is niet als vordering op de balans opgenomen, omdat de subsidie pas definitief wordt nadat de gelden zijn ingezet voor het verduurzamen van bestaand bezit. Deze verduurzaming moet uiterlijk 12 december 2034 afgerond zijn. Na afronding moeten we een vaststellingsaanvraag indienen, waarna na akkoord de subsidie definitief wordt.