10.10 Toelichting op de balans
(voor zover niet anders vermeld luiden alle bedragen in deze toelichting x € 1.000)
ACTIVA
10.10.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 1.640 | 1.741 |
De mutaties in de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:
| Gebouwen en terreinen | Transport -middelen |
Overige activa | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Stand 1-1 | ||||
| Verkrijgingsprijzen | 3.473 | 24 | 2.207 | 5.704 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -2.166 | -19 | -1.779 | -3.964 |
| Boekwaarden | 1.307 | 5 | 428 | 1.741 |
| Mutaties boekjaar | ||||
| Investeringen | 24 | 0 | 137 | 161 |
| Desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | -67 | -2 | -193 | -262 |
| Gecumuleerde afschrijvingen desinvesteringen en herclassificatie | 0 | 0 | 0 | 0 |
| -43 | -2 | -56 | -101 | |
| Saldo per 31-12 | ||||
| Verkrijgingsprijzen | 3.497 | 24 | 2.344 | 5.865 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -2.233 | -21 | -1.971 | -4.225 |
| Boekwaarden | 1.264 | 3 | 373 | 1.640 |
Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:
- Grond: geen afschrijvingen
- Opstal: lineair 40 jaar
- Verbouwingen: lineair 10 jaar
- Inventaris: lineair 10 jaar
- Automatisering: lineair 3 jaar
- Gereedschappen: lineair 10 jaar
- Transportmiddelen: lineair 6 jaar
Verzekering en zekerheden
Alle onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van de stichting. De verzekerde waarde per 1 januari 2025 bedraagt circa € 6 miljoen en de WOZ- waarde van het kantoorpand per einde boekjaar bedraagt € 1.417.000.
10.10.2 DAEB en niet DAEB vastgoed in exploitatie
De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:
| Vastgoedbeleggingen | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| 10.10.2.1 | DAEB vastgoed in exploitatie | 839.436 | 725.536 |
| 10.10.2.1 | Niet -DAEB vastgoed in exploitatie | 2.228 | 2.146 |
| Totaal in exploitatie | 841.664 | 727.682 | |
| 10.10.3 | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 4.416 | 5.468 |
| Stand per 31 december | 846.080 | 733.150 |
| In exploitatie DAEB vastgoed | In exploitatie Niet-DAEB vastgoed | |
|---|---|---|
| Stand 1-1 | 2025 | 2025 |
| Verkrijgingsprijzen | 384.806 | 2.248 |
| Herwaarderingen | 370.132 | 415 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -29.403 | -517 |
| Boekwaarde per 1 januari | 725.535 | 2.146 |
| Mutaties boekjaar | ||
| Investeringen | ||
| Investeringen | 13.788 | 0 |
| Onttrekking voorziening onrendabele investeringen | -6.786 | 0 |
| Desinvesteringen verkoop en overig | -2.083 | 0 |
| Desinvesteringen sloop | -3.425 | 0 |
| Overboekingen naar voorraad grond/verkopen | 0 | 0 |
| Aankoop | 14.017 | 0 |
| Mutatie naar voorraad grond/woningen | 0 | 0 |
| Herclassificatie | 42 | -42 |
| Waarderingen | 0 | 0 |
| Niet gedesinvesteerde leegstaande woning | 0 | 0 |
| Afboeking naar grondwaarde projecten in ontwikkeling | 0 | 0 |
| Overige waardeverandering projecten in ontwikkeling | 0 | 0 |
| Herwaarderingen hogere marktwaarde | 85.872 | 116 |
| Waardevermindering | 0 | 0 |
| Terugname waardeverandering | 4.011 | 8 |
| Overboekingen etc. | 0 | 0 |
| Overboeking historische kostprijs (in ontwik. - in expl. en vice versa) | 10.202 | 0 |
| Overboekingen sociaal nr commercieel vastg. en vice versa | 0 | 0 |
| Overboeking waarde verminderingen (in ontwik. - in expl. en vice versa) | -1.737 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | 0 |
| Herclassificatie | 0 | 0 |
| Totaal mutaties | 113.901 | 82 |
| Saldo per 31-12 | ||
| Verkrijgingsprijzen | 421.470 | 2.195 |
| Herwaarderingen | 448.356 | 532 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -30.390 | -499 |
| Boekwaarde per 31 december | 839.436 | 2.228 |
De waarde van ons vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ beschikkingen bedraagt € 1.197 miljoen (grondslag aanslagen 2025).
Toelichting Marktwaarde
Woonborg past voor het volledige bezit de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe. Een uitzondering hierop betreft het bedrijfsonroerendgoed dat kwalificeert als niet-DAEB en een complex met daarin verzakte woningen in Roden.
Conform de daarvoor geldende richtlijnen van het bedrijfsonroerendgoed (5%-criterium) en bovenstaande rapport, is dit gedeelte van het bezit getaxeerd door een taxateur op basis van de full-versie. Dit betreft een taxatiewaarde van circa € 1,7 miljoen BOG en € 12,8 miljoen woningen Roden. De taxateur heeft gebruik gemaakt van de vrijheidsgraden Markthuur, Exit yield, Leegwaarde, Disconteringsvoet en Mutatie- en verkoopkans.
Bij de verzakte woningen in Roden die nog niet hersteld zijn, is in de marktwaardering een positie achterstallig onderhoud ingerekend ter hoogte van € 1,2 miljoen (2024: € 7,6 miljoen). We zien in deze bepaling van de woningen met achterstallig onderhoud conform de hiervoor geldende definities onzekerheid in de hoogte van het daadwerkelijke achterstallig onderhoud.
| Waardeverandering totaal bezit: (bedragen * € 1.000) | DAEB | Niet DAEB | Totaal |
|---|---|---|---|
| Per 31-12-2024 | 725.536 | 2.146 | 727.682 |
| Per 31-12-2025 | 839.436 | 2.228 | 841.664 |
| Mutatie | 113.900 | 82 | 113.982 |
| Gevolgen voorraad mutaties: | 22.190 | -42 | 22.148 |
| Gevolgen Methodische wijzigingen handboek en software: | |||
| - Aanpassing WWS-punten opslag Rijksmonmenten voor oude contracten | 2 | 0 | 2 |
| 2 | 0 | 2 | |
| Gevolgen Parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek | |||
| -Markthuur na validatie | -1.116 | 0 | -1.116 |
| -Disconteringsvoet na validatie | 55.533 | 21 | 55.554 |
| 54.417 | 21 | 54.438 | |
| Gevolgen Mutatie Objectgegevens: | |||
| -Contracthuur en leegstand | 13.416 | 19 | 13.435 |
| -Vastgoedtype | 2.211 | 0 | 2.211 |
| -WOZ-waarde | 30.902 | 31 | 30.933 |
| -Achterstallig onderhoud | 5.725 | 0 | 5.725 |
| -Complexdefinitie en verkooprestricties | -103 | 0 | -103 |
| -Mutatiegraad doorexploiteren | -8.564 | 28 | -8.536 |
| - Maximale huur | 707 | 0 | 707 |
| -Overig | 733 | 14 | 747 |
| 45.027 | 92 | 45.119 | |
| Gevolgen Mutatie Waarderingsparameters | |||
| -Macro-economische parameters | 760 | -14 | 746 |
| -Disconteringsvoet | -12.563 | 8 | -12555 |
| -Leegwaarde/Leegwaardestijging | 13.189 | 3 | 13192 |
| -Reguliere huurstijging | -5.714 | -5 | -5719 |
| -Exit Yield | 291 | -7 | 284 |
| -Instandhoudings- en mutatieonderhoud | -5.437 | -9 | -5446 |
| - Markthuur | 3.308 | 41 | 3349 |
| -Overig | -1.570 | -6 | -1576 |
| -7.736 | 11 | -7.725 | |
| Totale mutatie totaal bezit | 113.900 | 82 | 113.982 |
De totale waardestijging bedraagt 15,70%. De waarde van het DAEB bezit stijgt met 15,66% en de waarde van het niet-DAEB bezit stijgt met 3,82%. Voor de sensitiviteitsanalyse verwijzen wij u naar hoofdstuk 10.8.1.1.
Onderstaande tabel geeft ons woningbezit per 31 december 2025 weer.
| Soort verhuureenheid | Waardering | Aantal VHO's 2025 | Waarde (in € ) 2025 | Aantal VHO's 2024 | Waarde (in € ) 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Eengezinswoning (EGW) | Full | 67 | 12.772.305 | 160 | 18.734.369 |
| Eengezinswoning (EGW) | Basis | 3.420 | 612.013.220 | 3.317 | 523.418.295 |
| Meergezinswoning (MGW) | Full | - | - | 4 | 551.951 |
| Meergezinswoning (MGW) | Basis | 1.276 | 204.043.592 | 1.117 | 168.570.578 |
| Zorg Extramuraal | Basis | 16 | 697.449 | 72 | 5.057.743 |
| Zorg Intramuraal | Basis | 114 | 8.033.040 | 114 | 7.272.473 |
| MOG | Basis | 24 | 2.082.967 | 24 | 2.107.114 |
| BOG | Full | 10 | 1.686.118 | 11 | 1.679.162 |
| Parkeerplaats | Basis | 61 | 135.031 | 61 | 140.126 |
| Garage | Basis | 30 | 200.172 | 30 | 150.733 |
| Totaal | 5.018 | 841.663.894 | 4.910 | 727.682.544 |
Toelichting Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 478.964.901.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
| Voornaamste uitgangspunten beleidswaarde | 2025 |
|---|---|
| Gemiddelde streefhuur per maand voor: | |
| - eengezinswoningen | € 770 |
| - meergezinswoningen | € 660 |
| Norm beheerlast per woning | € 1.231 |
| Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning | € 3.416 |
| Aantal verhuureenheden met EFG label | 286 |
Streefhuur
Het streefhuurbeleid van Woonborg is gebaseerd op de doelstelling om te komen tot een huurklassenverdeling die aansluit op de met onze gemeenten gemaakte prestatieafspraken. Hierbij sluiten de aftoppingsgrenzen aan bij de wet op de huurtoeslag en het passend toewijzen.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudskosten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contract onderhoud
- Planmatig onderhoud
- Aan onderhoud toe te rekenen organisatiekosten
De in de meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de onderhoudskostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Voor het bepalen van de onderhoudskosten voor planmatig onderhoud zijn onderstaande uitgangspunten toegepast:
- Voor ruim de helft van ons bezit zijn de ingerekende kosten voor planmatig onderhoud gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit een door Woonborg opgestelde complex specifieke meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zover ingrijpende verbouwingen die niet in de meerjarenonderhoudsbegroting zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend.
- Voor het overige deel van ons bezit zijn de ingerekende kosten voor planmatig onderhoud gebaseerd op VEX-normen.
- De overige onderhoudscomponenten zijn op basis van de ingerekende kosten in de meerjarenbegroting verdeeld over alle eenheden.
- Woonborg gaat hierbij uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als de korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
Per balansdatum heeft Woonborg nog niet de beschikking over een volledige meerjarenonderhoudsbegroting en ook geen onderhoudsstaat die gebaseerd is op uitgevoerde conditiemetingen. In een 8-jarige cyclus voeren we planmatig onderhoud uit waarbij we de onderhoudsstaat naar een minimale conditie score van 2 brengen. Daarnaast houden we de onderhoudsstaat van ons bezit inzichtelijk door op basis van een 4-jarige cyclus al onze woningen te inspecteren. Als uit deze inspectie blijkt dat eerder onderhoud is vereist, wordt dit uitgevoerd.
Bij het opstellen van de onderhoudslasten is rekening gehouden met actuele prijspeil data gebaseerd op 31 december 2025.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
Voor het op peil houden van de onderhoudsstaat rekenen we met onderstaande cycli:
| Type | Periodiciteit |
|---|---|
| Schilderwerk buiten | 8 jaar |
| Schilderwerk binnen | 12 jaar |
| CV-installaties | 18 jaar |
| Dak vervanging plat dak | 24 jaar |
| Dak vervanging schuin dak | 48 jaar |
| Voegwerk | 32 jaar |
| Kozijnvervanging | 48 jaar |
| Keukens | 20 jaar |
| Badkamer | 30 jaar |
| Toilet | 30 jaar |
De onderhoudslast in de meerjarenbegroting is ingerekend rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd:
- De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar
- Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
- Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn aangepast naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden.
- Nog op te leveren nieuwbouw en reeds verkochte woningen zijn buiten beschouwing gelaten.
Daar waar we de onderhoudslasten complexspecifiek hebben bepaald, hebben we dit gedaan voor de volledig in te rekenen horizon van 60 jaar. Bij de overige onderhoudslasten hebben we gerekend met een gemiddeld bedrag per woningtype per jaar.
EFG labels
Woonborg heeft nog 286 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd in de onderhoudslast aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.
Beheerlast
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en de Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026-2040.
Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde:
| Effect op de beleidswaarde | Totale beleidswaarde | Mutatie t.o.v. uitgangspunt | Effect op de beleidswaarde |
|---|---|---|---|
| Basisscenario | €478.964.901 | ||
| Disconteringsvoet | €430.788.682 | 0,5% hoger | € -48.176.219 |
| Disconteringsvoet | €536.086.429 | 0,5% lager | € 57.121.528 |
| Streefhuur per maand | €505.706.108 | € 25 hoger | € 26.741.207 |
| Streefhuur per maand | €448.216.829 | € 25 lager | € -30.748.072 |
| Lasten onderhoud | €460.124.703 | € 100 hoger | € -18.840.198 |
| Lasten onderhoud | €497.805.099 | € 100 lager | € 18.840.198 |
| Lasten beheer | €460.124.703 | € 100 hoger | € -18.840.198 |
| Lasten beheer | €497.805.099 | € 100 lager | € 18.840.198 |
Verzekering en zekerheden
De woningen zijn verzekerd tegen een vaste premie per woning. De polis geeft geen herbouwwaarde aan. Onderverzekering is in de voorwaarden uitgesloten. De overige activa zijn verzekerd tegen aanschaf- cq. voortbrengingskosten.
Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.
Woonborg heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.
10.10.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
De mutaties van vastgoed in ontwikkeling zijn in het navolgende schema samengevat.
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand 1-1 | ||
| Verkrijgingsprijzen | 7.938 | 12.854 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -2.470 | -6.539 |
| Boekwaarden | 5.468 | 6.315 |
| Mutaties boekjaar | ||
| Investeringen | ||
| Investeringen | 9.417 | 7.715 |
| Desinvesteringen a.g.v. verkoop gronden en overig | 0 | 0 |
| Onttrekking voorziening onrendabele investeringen | -1.948 | -2.383 |
| Mutatie voorraad grond/woningen | 0 | 0 |
| Herclassificatie | 0 | 0 |
| Waarderingen | ||
| Afboeking naar grondwaarde projecten in ontwikkeling | 0 | 0 |
| Overige waardeverandering projecten in ontwikkeling | -55 | 1 |
| Terugname waardeverandering | 0 | 0 |
| Overboekingen etc. | ||
| Overboeking naar in exploitatie lagere marktwaarde | 0 | 0 |
| Overboekingen voorraad naar in ontwikkeling | 0 | 0 |
| Overboeking historische kostprijs (in ontwikkeling - in exploitatie en vice versa) | -8.465 | -6.180 |
| Herclassificatie | 0 | 0 |
| Totaal mutaties | -1.051 | -847 |
| Saldo per 31-12 | ||
| Verkrijgingsprijzen | 7.128 | 7.938 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -2.712 | -2.470 |
| Boekwaarde per 31 december | 4.416 | 5.468 |
Voor zowel vastgoed in ontwikkeling als woningverbetering rekenen we voor dekking toegerekende organisatiekosten met een opslag van 5,1%. Bij niet-specifiek gefinancierde nieuwbouwprojecten werd een gemiddelde rentevoet gehanteerd van 2,7% (2024: 2,52%).
10.10.4 Latente belastingvorderingen
De financiële vaste activa kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| 10.10.4 Latente belastingvorderingen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.319 | 2.233 |
| Mutatie boekjaar | 18 | 86 |
| Stand per 31 december | 2.337 | 2.319 |
| Specificatie actieve latentie | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| - Latentie afschrijvingspotentieel | 2.189 | 2.160 |
| - Latentie disagio leningen | 148 | 159 |
| Stand per 31 december | 2.337 | 2.319 |
De onder financiële vaste activa opgenomen latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde. Deze latenties zijn berekend tegen een gemiddelde disconteringsvoet van 2,09% (2024: 2,00%) en hebben een gemiddelde looptijd van 10 jaar (2024: 13 jaar). De contante waarde per latentie is weergegeven in de tabel hierboven. De nominale waarde van de disagio leningen bedraagt € 0,176 miljoen en van het afschrijvingspotentieel bezit € 2,448 miljoen.
De mutatie in latentie heeft betrekking op tijdelijke waarderingsverschillen tussen de commerciële en fiscale grondslagen. Aangezien Woonborg haar beleid heeft afgestemd op haar volkshuisvestelijke karakter, is bij het contant maken van het vastgoed de veronderstelling gehanteerd dat er in de toekomst geen afwikkelmoment zal zijn van de te vormen latentie. Hierdoor bedraagt de contante waarde van de berekende latentie nihil. De nominale waarde van deze latentie bedraagt per 31 december 2025 € -225 miljoen (31 december 2024: € -119 miljoen).
| Boekjaar | Status aangfite | Deadline aangifte | Tijdig ingediend? | Definitieve aanslag opgelegd? |
|---|---|---|---|---|
| 2020 | Ingediend | 1-7-2022 | Ja | Ja |
| 2021 | Ingediend | 1-5-2023 | Ja | Ja |
| 2022 | Ingediend | 1-5-2024 | Ja | Ja |
| 2023 | Ingediend | 1-5-2025 | Ja | Nee |
| 2024 | Ingediend | 1-5-2026 | Ja | Nee |
| 2025 | Niet ingediend | 1-5-2027 | N.v.t. | N.v.t. |
10.10.5 Voorraden
| Voorraden | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Grondposities ten behoeve van de verkoop | 547 | 547 |
| Vastgoed bestemd voor de verkoop (voormalig huurwoningen) | 0 | 0 |
| 547 | 547 | |
| Overige voorraden (materialen) | 0 | 70 |
| Stand per 31 december | 547 | 617 |
De voorraad grondposities ultimo 2025 waarvoor geen concrete bouwvoornemens voor eigen exploitatie bestaan, bestaat uit een viertal percelen (2024: 4 percelen). De voorraad grondposities is niet met zekerheden bezwaard. Leegstaande woningen met bestemming verkoop zijn verantwoord onder MVA in exploitatie.
De overige voorraden betreffen de voorraden materialen ten behoeve van het onderhoud. Deze voorraad is in 2025 geheel afgebouwd.
10.10.6 Vorderingen
Alle vorderingen, met uitzondering van de hieronder genoemde handelsvorderingen, hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.
| Vorderingen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 35 | 47 |
| Overheid | 9 | 0 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 964 | 1.190 |
| Overige vorderingen | 302 | 0 |
| Overlopende activa | 355 | 538 |
| Stand per 31 december | 1.665 | 1.775 |
Er is een toename in de overige vorderingen, dit komt voornamelijk door de verkoop van een woning.
| Huurdebiteuren | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 232 | 258 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid | -197 | -211 |
| Stand per 31 december | 35 | 47 |
De voorziening dubieuze debiteuren is bepaald op basis van ouderdom en een inschatting van ontvangst verwachting (hoe ouder hoe minder te verwachten).
10.10.7 Liquide middelen
| Liquide middelen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Bank Nederlandse Gemeenten rekening-courant | 1.654 | 632 |
| Rabobank | 5 | 62 |
| Overige Nederlandse banken | 0 | 50 |
| Kas | 1 | 0 |
| Stand per 31 december | 1.660 | 744 |
PASSIVA
10.10.8 Eigen vermogen
Per 31 december 2025 is ons eigen vermogen totaal € 669 miljoen (2024: € 577 miljoen). De toename in het eigen vermogen komt door het onverdeelde resultaat van 2025 ter hoogte van € 92 miljoen. Dit resultaat zal in 2026 verdeeld worden over de herwaarderingsreserve en de overige reserves.
De positie herwaarderingsreserve komt voort uit ongerealiseerde herwaarderingen. Dit is het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald. Daarmee is het conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het opmaken van dit jaarverslag.
Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 360 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonborg. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat het onze doelstelling is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.
| Eigen vermogen | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| 10.10.8.1 | Herwaarderingsreserve | 360.313 | 293.976 |
| 10.10.8.2 | Overige reserves | 216.460 | 186.025 |
| 10.10.8.3 | Onverdeeld resultaat | 91.987 | 96.771 |
| Totaal eigen vermogen | 668.760 | 576.772 |
10.10.8.1 Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:
| 10.10.8.1 Herwaarderingsreserve | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Beginstand | 293.976 | 305.399 |
| Mutaties boekjaar: | ||
| Realisatie door verkoop | -1.668 | -855 |
| Realisatie door sloop | -2.444 | -1.094 |
| Realisatie door verbeteren | -3.536 | -4.086 |
| Ongerealiseerde herwaardering boekjaar | 73.985 | -5.388 |
| Stand per 31 december | 360.313 | 293.976 |
10.10.8.2 Overige reserves
Het verloop van de overige reserves is als volgt:
| 10.10.8.2 Overige reserves | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Saldo 1 januari | 186.025 | 192.363 |
| Mutaties boekjaar (Latent. Naar EV) | 7.649 | 6.035 |
| Resultaat voorgaand boekjaar | 96.771 | -17.761 |
| Herclassificaitie aandeel resultaat naar herwaardering | -73.985 | 5.388 |
| Eigen vermogen einde jaar | 216.460 | 186.025 |
10.10.8.3 Onverdeelde resultaat
Het verloop van het onverdeelde resultaat is als volgt:
| 10.10.8.3 Onverdeelde resultaat | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand 1 januari | 96.771 | -17.761 |
| Toevoeging aan overige reserves | -96.771 | 17.761 |
| Resultaat boekjaar | 91.987 | 96.771 |
| Stand 31 december | 91.987 | 96.771 |
10.10.8.4 Voorstel bestemming resultaat
Het Bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 conform onderstaand te verdelen. Dit is nog niet verwerkt in het eigen vermogen per 31 december 2025.
| 10.10.8.4 Voorstel bestemming resultaat (bedragen x € 1.000) | 2025 |
|---|---|
| Herwaarderingsreserve | 87.276 |
| Overige reserves | 4.711 |
| Totaal resultaat | 91.987 |
10.10.8.5 Gebeurtenissen na balansdatum
Alle transacties die betrekking hebben op het verslagjaar zijn in de jaarrekening verwerkt. Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.
10.10.9 Voorzieningen
| Voorzieningen | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| 10.10.9.1 | Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 5.826 | 9.195 |
| 10.10.9.2 | Overige voorzieningen | 336 | 318 |
| Stand per 31 december | 6.162 | 9.513 |
Van de overige voorzieningen is een bedrag van € 291.000 (2024: € 284.000) als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken en € 44.000 (2024: € 34.000 ) als kortlopend.
10.10.9.1 Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen
De voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten, afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen en verbeter projecten waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen.
| Verloop voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 9.195 | 18.423 |
| Dotaties | 6.795 | 4.422 |
| Vrijval | -1.430 | -4.974 |
| Onttrekkingen | -8.734 | -8.676 |
| Stand per 31 december | 5.826 | 9.195 |
In onderstaande tabel staat de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen gespecificeerd.
| Project | Locatie | Plaats | Aantal (te bouwen) woningen |
2025 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| 3094 | Oude Brinkweg | Haren | 10 | 696 | 0 |
| 6054 | Molenpad | Peize | 5 | 0 | 329 |
| 6070 | Vrijetijdsboulevard | Roden | 20 | 0 | 462 |
| 9052 | Groenkamp nieuwbouw | Zuidlaren | 14 | 810 | 2.239 |
| 7016 | Thedema Nietap | Nietap | 7 | 70 | 0 |
| 9022 | Oranje Margrietlaan fase 3 | Zuidlaren | 16 | 0 | 422 |
| Verbeteren 4210 | Roden | 978 | 3.814 | ||
| Verbeteren 4230 | Roden | 0 | 1.378 | ||
| Verbeteren 9090 | Zuidlaren | 0 | 551 | ||
| Verbeteren 4102 | Roden | 2.338 | 0 | ||
| Diverse verbeterprojecten | 934 | 0 | |||
| 5.826 | 9.195 |
10.10.9.2 Overige voorzieningen
Dit betreft de voorziening jubileumuitkeringen die betrekking heeft op de reservering voor toekomstige uitkeringen aan het personeel en de voorziening LOB. Deze voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.
| Verloop overige voorzieningen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 janurari | 318 | 307 |
| Mutaties verslagjaar | 18 | 11 |
| Stand per 31 december | 336 | 318 |
| Specificatie overige voorzieningen | ||
|---|---|---|
| Voorziening jubileumuitkering | 2025 | 2024 |
| Voorziening Loopbaan Ontwikkelingbudget | 177 | 168 |
| 159 | 150 |
10.10.10 Langlopende schulden
| Langlopende schulden | ||
|---|---|---|
| Schulden/leningen banken | 2025 | 2024 |
| Stand per 31 december | 162.307 | 140.475 |
Het vervalschema van de langlopende schulden naar looptijd is hieronder weergegeven.
| Stand per 31 december 2025 | Aflossingsverplichting 2026 | Resterende looptijd > 1 jaar | Resterende looptijd > 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| Schulden/leningen banken | 168.176 | 5.868 | 162.307 | 134.668 |
| 168.176 | 5.868 | 162.307 | 134.668 |
De marktwaarde van de lening portefeuille exclusief opgelopen rente bedraagt € 166,2 miljoen (2024: € 154,5 miljoen). Deze marktwaarde is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- De marktwaarde is berekend tegen de zes maandscurve.
- Basisrentelening: de marktwaarde is bepaald door enkel de basisrente (= rente exclusief opslag) te nemen. De marktwaarde betreft de waarde vanaf rekendatum tot einde looptijd.
- Renteconversie: de marktwaarde is bepaald door enkel de basisrente (=rente exclusief opslag) te nemen.
- Roll-over leningen: wordt niet berekend (marktwaarde = nominale waarde).
In bovenstaande opgave van de marktwaarde is de roll-over voor € 7 miljoen meegerekend.
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.
Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende jaren is hieronder weergegeven.
| Aflosbaar over | Aflosbaar over | Aflosbaar over | Aflosbaar over | Aflosbaar over | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2 jaar | 3 jaar | 4 jaar | 5 jaar | >5 jaar | ||
| Schulden/leningen banken | 7.903 | 7.740 | 5.979 | 6.018 | 134.667 | 162.307 |
| 7.903 | 7.740 | 5.979 | 6.018 | 134.667 | 162.307 |
10.10.10.1 Schulden/leningen bij banken
De mutaties in 2025 van de schulden/leningen bij banken is in onderstaande tabel toegelicht.
| Schulden/leningen bij banken | Schuld banken |
|---|---|
| Schuldrestant einde jaar | 146.309 |
| Kortlopend | -5.834 |
| Stand 01-01 | 140.475 |
| Reclassificatie kortlopend | 5.834 |
| Bij nieuwe leningen | 32.700 |
| Terugplaatsing variabele hoofdsom | -5.000 |
| Af: aflossingen | -5.834 |
| Schuldrestant einde jaar | 168.175 |
| Afl. volgend verslagjaar | -5.868 |
| Stand per 31-12 | 162.307 |
Kenmerken schulden/leningen
De schulden/leningen (x € 1.000) hebben de volgende kenmerken:
| Vastrentende leningen overige banken | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum | 154.690 | 122.771 |
| Gemiddelde rente | 2,73% | 2,50% |
| Gemiddelde looptijd in jaren | 15,9 | 18,0 |
| Leningen met variabele rente overige banken | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum | 17.000 | 22.000 |
| Gemiddelde rente | 2,61% | 3,78% |
| Gemiddelde looptijd in jaren | 10,23 | 8,59 |
Voor de variabel rentende leningen is voor € 10 miljoen (2024: € 15 miljoen) aan renteswaps aangegaan om het variabel renterisico op deze leningen af te dekken.
Eén variabel rentende lening (roll-over lening) van € 7 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 1,4 miljoen. Ultimo 2025 was € 1,4 miljoen opgenomen.
Deze renteswaps hebben de volgende kenmerken:
| Wederpartij | Vaste rente | Variabele rente | Startdatum | Eindatum | Hoofdsom | MW incl opg. rente |
Opg. rente | Marktwaarde bij 1,0% rentedaling | Marktwaarde bij 2,0% rentedaling |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BNG | 5,08% | EUR 3M | 01-04-2010 | 01-04-2030 | € 5.000.000 | € -701.188 | € -165.170 | € -921.176 | € -1.152.607 |
| BNG | 3,99% | EUR 6M | 02-05-2011 | 02-05-2051 | € 5.000.000 | € -768.951 | € -115.312 | € -1.831.589 | € -3.168.586 |
De hedgerelatie tussen individuele leningen met een variabele rente en derivaten is gedurende de hele looptijd volledig effectief. De resultaten van het hedge-instrument en de afgedekte positie worden overeenkomstig de regels voor kostprijs hedge-accounting van Richtlijn 290 gelijktijdig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Omdat de hedge volledig effectief is, zijn de resultaten gelijk en tegengesteld aan elkaar waardoor het netto-effect van de renteswap in de winst- en verliesrekening nihil is. Na het effect van derivaten is de gemiddelde rente op de variabel rentende leningen 2,46% (2024: 0,93%). De gemiddelde rentevoet over de hele leningenportefeuille rekening houdend met de rentederivaten is 2,82% (2024: 2,70%).
Er zijn geen hypotheken verstrekt op het onroerend goed. Ook zijn er geen positieve en negatieve hypotheekverklaringen afgegeven op het onroerend goed. Het WSW is gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Tot aan de dagtekening van de jaarrekening heeft het WSW van deze volmacht geen gebruik gemaakt.
Van alle leningen bij banken is vanuit WSW borging verkregen. Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 12,5 miljoen aan zogenaamde basisrenteleningen opgenomen. De credit spread die op deze leningen wordt betaald wordt periodiek herzien. Het vervalschema van de credit spread is hieronder weergegeven:
| Bank | Hoofdsom | Vaste rente | Opslag | Startdatum | Spreadherziening | Einddatum |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BNG | €5.000.000 | 3,12% | 0,33% | 01-11-2011 | 02-11-2026 | 01-11-2061 |
| NWB | €7.500.000 | 3,65% | 0,35% | 15-02-2012 | 15-12-2027 | 15-12-2055 |
Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de bank wordt bereikt over de hoogte ervan, is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.
De duration van de gehele portefeuille (inclusief het effect van de renteswaps) bedraagt 10,6 jaar (2024: 12,3 jaar).
De in 2021 aangegane lening naar aanleiding van de Vestia leningruil is gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de boekwaarde en de aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rentemethode gedurende de looptijd (40 jaar) als interest verwerkt en wordt aangeduid als agio. Als gevolg hiervan valt het agio gedurende de looptijd geleidelijk vrij tegenover de betaalde rente. De afwikkeling van het agio vindt via amortisatie binnen de post langlopende leningen in de jaarrekening plaats en bedraagt ultimo 2025 € 2,085 miljoen (waarvan € 2,033 miljoen langlopend).
10.10.11 Kortlopende schulden
| Kortlopende schulden | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Aflossingsverplichtingen langlopende schulden | 5.868 | 5.834 |
| Schulden aan leveranciers | 2.022 | 2.130 |
| Belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen *) | 1.657 | 1.719 |
| Overige schulden | 0 | 0 |
| Overlopende passiva | 7.156 | 3.903 |
| Stand per 31 december | 16.703 | 13.586 |
De toename in de overlopende passiva komt met name door de vooruitontvangen subsidie vanuit verduurzamingsstimulering Nij Begun ter hoogte van € 3,1 mln.. Deze subsidie wordt ingezet voor het isoleren van ons bezit.
| *) Specificatie belastingen en premie sociale verzekeringen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Loonheffing | 161 | 139 |
| BTW | 1.439 | 1.580 |
| Pensioenpremie | 57 | 0 |
| Vennootschapsbelasting | 0 | 0 |
| 1.657 | 1.719 |
Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.
Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.
10.10.11.1 Overlopende passiva
| Overlopende passiva | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Niet vervallen rente leningen en derivaten | 2.347 | 1.850 |
| Overige overlopende passiva | 4.809 | 2.053 |
| 7.156 | 3.903 |
10.10.12 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
1. Bodemdaling Roden
Woonborg werd eind 2018 geconfronteerd met het verzakken van woningen in Roden als gevolg van bodemdaling. Eén woning is in 2019 gesloopt en 10 woningen zijn vanaf 2019 onbewoonbaar verklaard. De verzakkingen leidden tot schade aan een kleine 400 woningen waarvan forse schade aan meer dan 150 woningen. Woonborg zoekt naar technische oplossingen waarmee de woningen op de meest economische wijze kunnen worden hersteld. Per locatie wordt de aanpak verfijnd en om de veiligheid van de bewoners te garanderen, worden de woningen hersteld en versterkt.
Woonborg meldde de schade bij haar verzekeraar en stelde de gemeente Noordenveld (als opdrachtgever voor de rioolwerkzaamheden die tot bodemdaling hebben geleid) aansprakelijk voor de schade die Woonborg heeft geleden, lijdt en nog zal lijden. Woonborg stelde ook de uitvoerende partijen van de rioleringswerkzaamheden (de aannemers voor deze infrastructurele werkzaamheden) aansprakelijk. Een rechtszaak loopt en we wachten de uitkomst van deze rechtszaak met vertrouwen af.
2. Investeringsverplichtingen
Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw woningen tot een bedrag van € 9,4 miljoen inclusief BTW en voor verbeteringen van woningen tot een bedrag van € 2,8 miljoen inclusief BTW. Deze verplichtingen gelden niet alleen voor 2026, de nieuwbouwprojecten en een groot verbeterproject kunnen een langere doorlooptijd hebben.
3. Onderhoudsverplichtingen
Woonborg heeft met acht partijen onderhoudscontracten gesloten voor het onderhoud aan liften, verwarmingsinstallaties en schoonmaak. De looptijd van de contracten varieert. De resterende contractwaarde bedraagt € 0,9 miljoen inclusief BTW.
4. Energielevering
Woonborg heeft een raamcontract gesloten voor de levering van energie. De contractwaarde bedraagt € 0,9 miljoen inclusief BTW.
5. WSW Obligo
Uit hoofde van het borgingsstelsel heeft Woonborg een obligo verplichting jegens het WSW. Vanaf 2021 heft WSW bij zijn deelnemers obligo. Dit vloeit voort uit de vanaf 1 juli 2021 geldende afspraken (aangepast Reglement van Deelneming). De verwachte obligoheffing in 2026 is 0,168% van het gewogen geborgd schuldrestant per ultimo 2025. Het betreft daarmee een verplichting van ongeveer € 0,29 miljoen inclusief BTW.
Woonborg heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. De relevante toets voor de obligoheffing dit jaar is de afspraak dat het risicovermogen van WSW minimaal 0,65% van het geborgde schuldrestant moet zijn, Woonborg voldoet ruimschoots aan deze eis. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW
daartoe een verzoek heeft gedaan en Woonborg niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.
In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door Woonborg.
6. Leaseverplichtingen
Woonborg heeft resterende leaseverplichtingen van onderhoudsbussen en poolauto’s. De resterende leaseverplichtingen bedragen per 31 december 2025 € 0,36 miljoen inclusief BTW.
7. Nij Begun maatregel 29
Aan Woonborg is in het kader van het programma Nij Begun (Maatregel 29 – Verduurzaming woningcorporaties) een maximale subsidie toegekend van € 9,7 miljoen. In 2025 is hiervan € 3,2 miljoen ontvangen. Het resterende deel van € 6,5 miljoen wordt naar verwachting ontvangen in 2026 en 2027 (in tranches). Het resterende deel is niet als vordering op de balans opgenomen, omdat de subsidie pas definitief wordt nadat de gelden zijn ingezet voor het verduurzamen van bestaand bezit. Deze verduurzaming moet uiterlijk 12 december 2034 afgerond zijn. Na afronding moeten we een vaststellingsaanvraag indienen, waarna na akkoord de subsidie definitief wordt.